Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Algemeen

Gemeenten hebben in toenemende mate te maken met uiteenlopende risico's waarvan zij zich bewust moeten zijn. Een essentiële voorwaarde voor risicobewustwording is inzicht in risico's. Wanneer dit in voldoende mate bestaat, kan worden bepaald op welke wijze (1) risico's beheersbaar kunnen worden gemaakt en (2) de financiële positie van de gemeente tegen deze risico's kan worden beschermd. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de "Financiële verordening gemeente Tholen 2025" verplichten de gemeente tot het voeren van risicomanagement en het opstellen van een paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Deze paragraaf is een onderdeel van het totale risicomanagementproces en geeft met name inzicht in de financiële draagkracht van de gemeente indien zich onvoorziene tegenvallers voordoen. 

De paragraaf gaat in op: 
-    Het risicomanagementbeleid;
-    Het risicoprofiel (de gesignaleerde risico’s);
-    De benodigde weerstandscapaciteit;
-    De belangrijkste risico’s;
-    De beschikbare weerstandscapaciteit;
-    De kengetallen omtrent de financiële positie.

Risicomanagementbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risicomanagementbeleid

Net als iedere andere organisatie heeft ook de gemeente bij de uitvoering van haar taken te maken met onzekerheden die kunnen leiden tot financiële tegenvallers. Het weerstandsvermogen is het vermogen om deze tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat de continuïteit in gevaar komt. Het weerstandsvermogen kan worden uitgedrukt als de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit (risico's). 

Het beleid ten aanzien van risicomanagement is vastgelegd in de "Financiële verordening gemeente Tholen 2025", die door uw raad is vastgesteld op 17 april 2025. 

Risicoprofiel voor de gehele organisatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risicoprofiel voor de gehele organisatie

Voor de gehele organisatie zijn de belangrijkste risico’s in beeld gebracht. Het risicoprofiel is divers van aard. Voor de in kaart gebrachte risico’s zijn diverse beheersmaatregelen benoemd. Deze zijn bedoeld om óf de kans van een risico te verlagen óf de gevolgen te reduceren. Hierdoor zal de totale impact van de risico’s op de organisatie afnemen.

Benodigde weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van het risicoprofiel kan bepaald worden hoeveel geld nodig is om alle risico’s te kunnen afdekken. Alle risico’s zullen zich echter nooit én tegelijk, én in hun maximale omvang voordoen. De benodigde weerstandscapaciteit wordt daarom berekend op basis van een risicosimulatie (Monte-Carlo methode). We gaan hierbij uit van een zekerheidspercentage van 90%. Door deze benadering wordt voorkomen dat er een te groot weerstandsvermogen (weerstandscapaciteit) wordt aangehouden. De totaal benodigde weerstandscapaciteit bedraagt ultimo 2026 circa € 2,3 miljoen.

Risico top 5

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Risico top 5

In de tabel hieronder zijn de belangrijkste risico's van de gemeente Tholen, gerangschikt naar financiële impact, weergegeven. Het percentage geeft het aandeel van het risico in de totaal benodigde weerstandscapaciteit weer (2,3 miljoen).  De top 5 risico's beslaan ruim 69% van de totaal benodigde capaciteit.

Tabel: Belangrijkste 5 financiële risico's
Risico
Kans
Max. financieel gevolg
Invloed
Tekort bij de uitvoering van de Jeugdwet
50%
€ 800.000
23%
Tekort bij de uitvoering van de Wmo
70%
€ 700.000
20%
Uittredingsbijdrage GR Muziekschool Zeeland
70%
€ 455.000
13%
Tekorten binnen gemeentelijke grondexploitaties
50%
€ 250.000
7%
Tekorten als gevolg van inflatie
50%
€ 200.000
6%

Toelichting risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Toelichting risico's

Tekort bij de uitvoering van de Jeugdwet
De gemeente Tholen is na de decentralisatie in 2015 gestart met een budget voor de Jeugdwet van circa € 4,5 miljoen. Dit bedrag is in 2024 uitgegroeid tot een bedrag van ruim € 8 miljoen. In 2026 vindt een nieuwe aanbesteding plaats die op basis van de beste inschatting reeds in de begroting is verwerkt. Echter ondanks dat er op een breed front inzet plaatsvindt om meer grip te krijgen op de budgetten, blijft er een reële kans bestaan dat er een stijging plaatsvindt in de toekomstige uitgaven. Het maximale risico schatten we in op € 0,8 miljoen. Vanwege het structurele karakter is dit bedrag verdubbeld. Rekening houdend met een kans van 50%, leidt dit tot een maximaal financieel gevolg van € 0,8 miljoen. 

Tekort bij de uitvoering van de WMO
Door decentralisatie van taken op het gebied van jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en arbeidsparticipatie werd het takenpakket van de gemeenten in 2015 flink uitgebreid. Dit bedrag is in 2024 uitgegroeid tot een bedrag van circa € 6,6 miljoen. Ondanks dat er op een breed front inzet plaatsvindt om meer grip te krijgen op de budgetten, bestaat het risico dat de begrote bedragen te laag zijn. Het maximale risico schatten we in op € 0,5 miljoen. Vanwege het structurele karakter is dit bedrag verdubbeld. Rekening houdend met een kans van 70%, leidt dit tot een maximaal financieel gevolg van € 0,7 miljoen.  

Uittredingsbijdrage GR Muziekschool Zeeland
Op 2 juli 2024 heeft uw raad besloten om uit te treden uit Gemeenschappelijke Regeling (hierna: GR) Muziekschool Zeeland. Artikel 30, lid 7 en 8 van de GR bepaalt dat het algemeen bestuur de financiële en overige gevolgen van de uittreding in kaart brengt. Voor het vaststellen van de financiële gevolgen wordt door Muziekschool Zeeland en de uittredende gemeente gezamenlijk (bindend) advies gevraagd aan een onafhankelijke deskundige. De kans bestaat echter dat de GR wordt omgevormd naar een andere rechtsvorm, zoals een stichting of coöperatie. In dat geval zou de huidige GR worden opgeheven en zou er voor de uittredende gemeenten geen uittredingssom verschuldigd zijn.

Tekorten binnen gemeentelijke grondexploitaties
Het grootste risico ten aanzien van de huidige schattingen is gelegen in woningbouwcomplex Havengebied Sint-Annaland. Bij de overige complexen zijn de nog te realiseren kosten en opbrengsten beperkt en/of zijn de verwachte eindwaarden zodanig hoog dat eventuele risico’s binnen het complex zijn op te vangen. De nog te realiseren opbrengsten binnen woningbouwcomplex Havengebied Sint-Annaland bedragen € 4,6 miljoen, de nog te realiseren kosten € 1,1 miljoen en het verwachte resultaat op eindwaarde € 0,2 miljoen. Het grootste risico binnen dit complex betreft met name de grondprijsontwikkeling van de uitgeefbare kavels. De kleine woontorens op het Havenplateau zijn reeds geleverd, en voor de grote woontoren is al een verkoopovereenkomst afgesloten. De kostenramingen voor het bouw- en woonrijp maken zijn gebaseerd op de GWW-prijzen van begin 2025. Het maximale risico op basis van een gevoeligheidsanalyse van de grondexploitatie van Havengebied Sint-Annaland (daling uitgifteprijzen met 20%) schatten we in op € 0,5 miljoen. Met een kans van 50% leidt dit tot een maximaal financieel gevolg van € 0,25 miljoen.

Tekort als gevolg van inflatie
De afgelopen periode is de inflatie wereldwijd sterk opgelopen. Het risico bestaat dat de (prijs)stijgingen hoger zijn dan waarmee in de programmabegroting rekening gehouden is. Het risico schatten we in op € 0,2 miljoen. Vanwege het structurele karakter hebben we het totale risicobedrag verdubbeld. Met een kans van 50% leidt dit tot een maximaal financieel gevolg van € 0,2 miljoen.

Beschikbare weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beschikbare weerstandscapaciteit

Met de beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we de aanwezige middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. 

Onder de incidentele weerstandscapaciteit (in vermogen) vallen de algemene reserve niet vrij besteedbaar. Tot de structurele weerstandscapaciteit (in de exploitatie) behoren de post onvoorzien en de onbenutte belastingcapaciteit; de riool- en afvalstoffenheffing mogen maximaal kostendekkend zijn (inclusief compensabele BTW). Omdat dit (vrijwel) het geval is, zit hierin geen ruimte om extra middelen te genereren. Voor de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting wordt het tarief volgens de norm van artikel 12 Financiële verhoudingswet gehanteerd. 

De beschikbare weerstandscapaciteit voor de periode tot en met 2029 is als volgt bepaald:

Ultimo jaar (in miljoen €)
Realisatie
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Vermogen:
Algemene reserve niet vrij besteedbaar
45,2
52,3
51,3
51,3
51,3
51,3
Exploitatie:
Onbenutte belastingcapaciteit
0,6
0,6
0,6
0,6
0,6
0,6
Onvoorzien
0,2
0,3
0,3
0,3
0,3
0,3
Beschikbare weerstandscapaciteit
46,0
53,2
52,2
52,2
52,2
52,2

Kengetallen financiële positie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetallen financiële positie

Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient in het jaarverslag een verplichte basisset aan financiële kengetallen in de onderhavige paragraaf opgenomen te worden. De kengetallen geven gezamenlijk inzicht in de financiële positie.

Voor de toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Zij kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente.  De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van signaleringswaarden. 

Structurele exploitatieruimte

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Op basis van het overzicht incidentele baten en lasten kan het saldo van de structurele baten en structurele lasten worden berekend. Vervolgens wordt hierbij het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves opgeteld. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door de uitkomst te delen door de totale baten (exclusief mutaties reserves) en uit te drukken in een percentage. Uw raad streeft naar een post onvoorzien van € 250.000. Dit komt globaal overeen met een structurele exploitatieruimte van 0,2 á 0,3%.

De toezichthouder maakt, op basis van het gemeenschappelijk toezichtkader gemeenten, voor het kengetal structurele exploitatieruimte gebruik van onderstaande signaleringswaarden:

Minst risicovol Vanaf 0%
Neutraal 0%
Meest risicovol  tot 0%

 

Ultimo jaar (bedragen x € 1.000)
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
A
Totale structurele lasten (excl. onvoorzien)
85.948
87.203
94.903
91.314
89.904
92.749
B
Totale structurele baten
93.343
90.719
97.079
93.211
90.711
93.060
C
Totale structurele toevoegingen reserves
25
25
25
25
25
25
D
Totale structurele onttrekkingen reserves
0
0
0
0
0
0
E
Totale baten (excl. reservemutaties)
119.692
97.219
101.329
93.211
90.711
93.060
Struct. exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/Ex100%
6,2%
3,6%
2,1%
2,0%
0,9%
0,3%

De structurele exploitatieruimte kan als minst risicovol worden aangemerkt.

Solvabiliteitsratio

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft de mate aan waarin de gemeentelijke bezittingen zijn afbetaald (niet belast met schulden). De solvabiliteitsratio wordt uitgedrukt als de verhouding tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. De solvabiliteitsratio is het spiegelbeeld van de schuldratio. Uw raad streeft naar een solvabiliteitsratio van minimaal 30%. 

De toezichthouder maakt, op basis van het gemeenschappelijk toezichtkader gemeenten, voor het kengetal solvabiliteit gebruik van onderstaande signaleringswaarden:

Minst risicovol Vanaf 50%
Neutraal Vanaf 20% tot 50%
Meest risicovol Tot 20%

 

Ultimo jaar (bedragen x € 1.000)
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
A
Eigen vermogen (cf. art. 42 BBV)
85.368
84.992
84.220
84.532
84.137
83.783
B
Balanstotaal
155.957
136.268
130.970
127.120
122.200
118.563
Solvabiliteit (A/B) x 100%
55%
62%
64%
66%
69%
71%

De solvabiliteitsratio kan als minst risicovol worden aangemerkt.  

Netto schuldquote

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Netto schuldquote

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de (netto) schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de baten. De hoogte van de baten bepaalt namelijk in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Hoe hoger de inkomsten des te meer schuld een gemeente kan aangaan. De netto schuldquote betreft de netto schuld als aandeel van de totale baten (voor reservemutaties). Uw raad streeft naar een netto schuldquote van maximaal 90%. 

De toezichthouder maakt, op basis van het gemeenschappelijk toezichtkader gemeenten, voor het kengetal netto schuldquote, gebruik van onderstaande signaleringswaarden: 

Minst risicovol Tot 90%
Neutraal Vanaf 90% tot 130%
Meest risicovol Vanaf 130%

 

Ultimo jaar (bedragen x € 1.000)
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
A
Vaste schulden
47.186
42.204
38.266
34.329
30.392
27.195
B
Netto vlottende schulden
4.550
0
0
0
0
0
C
Overlopende passiva
9.532
0
0
0
0
0
D
Financiële activa
2.763
2.763
2.763
2.763
2.763
2.763
E
Uitzettingen < 1 jaar
51.403
17.278
12.240
13.524
10.246
13.377
F
Liquide middelen
356
0
0
0
0
0
G
Overlopende activa
3.508
0
0
0
0
0
H
Tot. baten (excl. reservemutaties)
119.692
97.219
101.329
93.211
90.711
93.060
Netto schuldquote (A+B+C-D-D-F-G)/Hx100%
3%
23%
23%
19%
19%
12%

De netto schuldquote kan als minst risicovol worden aangemerkt. 

Kengetal grondexploitatie

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetal grondexploitatie

Het kengetal grondexploitatie geeft aan welk deel van de netto-schuldquote veroorzaakt wordt door de grondexploitatie. Een gemeente met veel grondvoorraden heeft normaliter veel schulden, welke bij normale marktomstandigheden niet op de begroting drukken. Als de markt tegenzit, gaat dit echter niet meer op. Een gemeente met veel grondvoorraden kan dan een probleem krijgen vanwege de schulden die voor de aanschaf zijn aangegaan. Voor de berekening van het kengetal wordt de bouwgrond in exploitatie gedeeld door de totale baten (voor reservemutaties) en uitgedrukt in een percentage. Uw raad streeft naar een kengetal grondexploitatie van maximaal 20%. 

De toezichthouder maakt, op basis van het gemeenschappelijk toezichtkader, voor het kengetal grondexploitatie gebruik van de onderstaande signaleringswaarden: 

Minst risicovol Tot 20%
Neutraal Vanaf 20% tot 35%
Meest risicovol Vanaf 35%

 

Ultimo jaar (bedragen x € 1.000)
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
A
Voorraden bouwgrond in exploitatie
17.518
8.873
5.521
2.946
2.939
-839
B
Tot. baten (excl. reservemutaties)
119.692
97.219
101.329
93.211
90.711
93.060
Grondexploitatie A/B X 100%
15%
9%
5%
3%
3%
-1%

Het kengetal grondexploitatie kan als minst risicovol worden aangemerkt.  

Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het COELO publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten worden verstaan de ozb, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage. Het streven is om onze positie bij de 50 goedkoopste gemeenten te handhaven.  Dit komt globaal overeen met een onbenutte belastingcapaciteit van maximaal 90%.

De toezichthouder maakt op basis van het gemeenschappelijk toezichtkader voor het kengetal belastingcapaciteit gebruik van onderstaande signaleringswaarden:

Minst risicovol Tot 95%
Neutraal Vanaf 95% tot 105%
Meest risicovol  Vanaf 105%

 

Ultimo jaar
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
A
OZB-lasten voor gezin bij gem. WOZ-waarde
326
326
336
346
356
367
B
Rioolheffing voor gezin
210
210
210
210
210
210
C
Afvalstoffenheffing voor gezin
296
312
330
346
356
365
D
Tot. woonlasten voor gezin (A+B+C)
832
848
876
902
922
942
E
Woonlasten landelijk gem. gezin (t-1)
944
994
1.044
1.096
1.151
1.208
Woonlasten t.o.v. landelijk gem. (D/E)x100%
88%
85%
84%
82%
80%
78%

De totale woonlasten bevinden zich onder het landelijk gemiddelde van t-1 en kunnen als minst risicovol worden aangemerkt. Voor het landelijk gemiddelde is uitgegaan van een stijging van 5% op basis van ervaringscijfers.