Toelichting op het overzicht van baten en lasten

Vergelijkende cijfers vorige jaren

Terug naar navigatie - Toelichting op het overzicht van baten en lasten - Vergelijkende cijfers vorige jaren

Op grond van artikel 19 BBV worden hieronder de oorzaken gegeven van aanmerkelijke verschillen tussen de ramingen van het huidige en het vorige begrotingsjaar (na wijziging).

Bestuur (€ 553.000)
Het nadelige verschil wordt met name veroorzaakt door hogere budgetten voor salarissen (circa € 0,3 miljoen) en een hoger budget voor opvang (€ 0,4 miljoen). Anderzijds ontstaat een voordeel door het wegvallen van diverse incidentele budgetten uit 2025 (circa € 0,2 miljoen).

Samenleving (€ 1.344.000)
Het nadelige verschil wordt met name veroorzaakt door hogere budgetten voor  uitvoering van de Jeugdwet (circa € 1,2 miljoen) en hogere budgetten voor salarissen (circa € 0,5 miljoen). Anderzijds ontstaat een voordeel door het wegvallen van diverse incidentele budgetten uit 2025 (circa € 0,4 miljoen).

Ruimte (- € 1.928.000)
Het voordelige verschil wordt met name veroorzaakt door het wegvallen van diverse incidentele budgetten uit 2025 (circa € 2,3 miljoen) en de toename van de kostendekkendheid op het taakveld afval van 95% naar 100% (circa € 0,2 miljoen). Anderzijds ramen we hogere budgetten voor salarissen (circa € 0,5 miljoen) en stijgt de bijdrage aan GR RUD Zeeland per saldo met € 0,2 miljoen. 

Algemene dekkingsmiddelen (€ 1.336.000)
Het nadelige verschil wordt met name veroorzaakt door lagere dividenden vanuit ZEH (€ 1,7 miljoen), lagere rentebaten (€ 0,7 miljoen) en een lagere toegerekende rente aan taakvelden (€ 0,2 miljoen). Tegenover deze nadelen staat een hogere uitkering vanuit het gemeentefonds (€ 0,9 miljoen) en hogere baten OZB (€ 0,3 miljoen).

Overhead (- € 977.000)
Het voordelige verschil wordt met name veroorzaakt door het wegvallen van diverse incidentele budgetten uit 2025 (circa 1,1 miljoen). Anderzijds stijgt de bijdrage aan GR ICT WBW per saldo met € 0,2 miljoen. 

Ramingsgronden

Terug naar navigatie - Toelichting op het overzicht van baten en lasten - Ramingsgronden

De belangrijkste financiële uitgangspunten die wij hebben gehanteerd bij het samenstellen van de programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 worden hieronder vermeld:

Structureel en reëel evenwicht
De begroting moet structureel en reëel in evenwicht zijn. De provincie Zeeland ziet daarop toe. Als de begroting in 2026 niet structureel en reëel in evenwicht is, dan dienen we ervoor te zorgen dat dit evenwicht tijdig in de meerjarenraming hersteld wordt, uiterlijk in 2029.

Uitkering gemeentefonds
De Meicirculaire 2025 is bepalend voor de raming van de uitkering gemeentefonds voor 2026 en verdere jaren.

Gemeenschappelijke regelingen
Wij hanteren de VZG-richtlijn. Deze richtlijn voor de begroting 2026 van Zeeuwse gemeenschappelijke regelingen bedraagt -2,2%.

Rente
Aan de reserves voegen wij geen rente toe. Bij nieuwe investeringen rekenen wij met een rente van 3%.

Ontwikkeling loonkosten en premies
De nieuwe CAO loopt van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027 en behelst een loonontwikkeling van 6,7% plus € 35 nominaal. Dit komt neer op circa 7,5%. Vorig jaar is rekening gehouden met circa 3%. In de begroting houden we daarom rekening met 4,5% loonstijging, hetgeen neerkomt op € 0,95 miljoen. 

Dividenden
In de periode van 2024 tot en met 2033 vinden dividenduitkeringen plaats ten laste van de overige reserves van ZEH N.V. (voorheen PZEM). De gemeente Tholen heeft een aandeel van 2,7% in ZEH. De dividenden zijn sterk afhankelijk van prijsontwikkelingen op de energiemarkt, beschikbaarheid van de kerncentrale en daarnaast afhankelijk van de ontwikkeling van de verplichting voor vroegtijdige sluiting van de kerncentrale. Jaarlijks wordt het definitieve dividend vastgesteld aan de hand van het voorstel in de algemene
vergadering van aandeelhouders. De provincie heeft in zijn rol als toezichthouder aangegeven dat de dividenduitkering
van ZEH N.V. tot een maximum van 75% van € 100 miljoen als structureel dekkingsmiddel in de begroting kan worden opgenomen (vorig jaar: 50%). Voor Tholen komt dit neer op een bedrag van € 2 miljoen (75% x € 100 miljoen x 2,7%). De dividenden van ZEH zijn eindig en lopen vooralsnog tot eind 2033. Daarom bouwen we de structurele inzet van deze middelen in 8 jaar af met € 250.000 per jaar.

Het meerjarige dividend van Evides bedraagt circa € 6 miljoen vanaf 2026. We mogen van de provincie maximaal 2,7% van € 6 miljoen als structureel dekkingsmiddel in de begroting opnemen.

Incidentele baten en lasten

Terug naar navigatie - Toelichting op het overzicht van baten en lasten - Incidentele baten en lasten

Bij de wijziging van de artikelen 189 en 203 van de Gemeentewet is het begrip evenwicht van baten en lasten nader gedefinieerd in structureel en reëel evenwicht. Het bestaan van structureel evenwicht is vast te stellen als inzicht bestaat in het deel van de baten en lasten dat structureel respectievelijk incidenteel is. Hieronder wordt een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma weergegeven.

2026
2027
2028
2029
Incidentele lasten
Bestuur
Ondersteuning dorpsagenda's
50.000
0
0
0
Opvang Oekraïne
2.800.000
0
0
0
Crisisnoodopvang
1.250.000
0
0
0
Samenleving
Inhuur facilitair beheer brede school
55.000
55.000
0
0
Herinrichting speeltuin Sint-Maartensdijk / Tholen
130.000
0
0
0
Ondersteuning zorgloketten
100.000
0
0
0
Dotatie voorziening groot onderhoud gebouwen
54.000
54.000
54.000
54.000
Beleidsondersteuning PW, inburgering en asielbeleid
110.000
0
0
0
Tijdelijke formatie consulent inburgering
85.000
0
0
0
Leeromgeving stevig lokaal team
75.000
0
0
0
Cloudmigratie applicatie Suite
75.000
0
0
0
Impuls bewegingsonderwijs
50.000
50.000
0
0
Ruimte
Uitvoering mobiliteitsplan
230.000
0
0
0
Regiodeal - Living lab experience
150.000
0
0
0
Dotatie voorziening groot onderhoud gebouwen
361.000
361.000
361.000
361.000
Actiegerichte uitvoering erfgoedvisie
90.000
0
0
0
Werkbudget landschapsontwikkelingsplan
200.000
200.000
200.000
0
Inhuur natuur- en milieueducatie
65.000
65.000
65.000
0
Werkbudget energiebalans
200.000
200.000
0
0
Inhuur toezichthouder fysieke leefomgeving
150.000
150.000
0
0
Juridisch advies bij complexe ruimtelijke projecten
60.000
60.000
0
0
Juridisch advies bij handhaving
110.000
110.000
0
0
Overige incidentele lasten (afzonderlijk < € 50.000)
128.000
30.000
0
0
Overhead
Uitvoering regionaal informatiebeleid
75.000
0
0
0
Onderhoud gemeentehuis
60.000
0
0
Inhuur team IV (Oekraïne)
200.000
0
0
0
Vervanging machines en vervoersmiddelen team GB
0
0
250.000
0
Overige incidentele lasten (afzonderlijk < € 50.000)
60.000
0
22.000
0
Reserves
Storting reserve stimuleringsfonds
100.000
0
0
0
Storting reserve jubilea en bijzondere gebeurtenissen
100.000
0
0
0
Totaal incidentele lasten
7.173.000
1.335.000
952.000
415.000
Incidentele baten
Bestuur
Opvang Oekraïne
3.000.000
0
0
0
Crisisnoodopvang
1.250.000
0
0
0
Overhead
Onttrekking algemene reserve
997.000
0
0
0
Totaal incidentele baten
5.247.000
0
0
0
Saldo incidentele baten en lasten
1.926.000
1.335.000
952.000
415.000
* Vanaf 2030 valt de dotatie aan de voorziening groot onderhoud gebouwen terug van € 825.000 naar € 410.000. Daarom kan de verhoogde dotatie als incidenteel worden aangemerkt.

Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves

Terug naar navigatie - Toelichting op het overzicht van baten en lasten - Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves

Hieronder wordt een overzicht van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves weergegeven. 

2026
2027
2028
2029
Reserve flankerend personeelsbeleid
25.000
25.000
25.000
25.000
Totaal toevoegingen (lasten)
25.000
25.000
25.000
25.000
Totaal onttrekkingen (baten)
0
0
0
0
Saldo
25.000
25.000
25.000
25.000

Structureel begrotingssaldo / structurele exploitatieruimte

Terug naar navigatie - Toelichting op het overzicht van baten en lasten - Structureel begrotingssaldo / structurele exploitatieruimte

Door het betrekken van het saldo van incidentele baten en lasten bij het begrotingssaldo met de cijfers uit het overzicht van baten en lasten wordt inzicht gegeven in het structureel begrotingssaldo.

2026
2027
2028
2029
Geraamd totaal saldo van baten en lasten
772.000
-311.882
395.076
354.221
Mutaties in reserves
-772.000
25.000
25.000
25.000
Geraamd resultaat
0
-286.882
420.076
379.221
Waarvan incidentele baten en lasten
1.926.000
1.335.000
952.000
415.000
Structureel begrotingssaldo
-1.926.000
-1.621.882
-531.924
-35.779
Waarvan post onvoorzien
250.000
250.000
250.000
250.000
Structurele exploitatieruimte
-2.176.000
-1.871.882
-781.924
-285.779
voordelig
voordelig
voordelig
voordelig

Het geraamde bedrag voor onvoorzien bedraagt in 2026 € 700.000, in 2027 en 2028 € 1.400.000 en in 2029 € 2.300.000. Het verschil met het bedrag van € 250.000 betreft een reservering voor de kapitaallasten van maatschappelijke investeringen.